Octrooirecht
Ontwikkelt uw bedrijf produkten en/of werkwijzen die praktisch
toepasbaar zijn en die nieuw zijn?
Wilt u weten of deze produkten en/of werkwijzen te beschermen zijn op basis
van het octrooirecht?
Denkt u dat octrooien alleen in de pharmacie een rol spelen?
Wilt u weten of uw octrooi wordt geschonden?
Het octrooirecht biedt in algemene zin bescherming voor oplossingen met betrekking tot een technisch probleem. Deze oplossingen kunnen uitgewerkt zijn in een voorbrengsel of een werkwijze. Na de verlening van het octrooi verkrijgt de uitvinder een tijdelijk (20 jaar) monopolie op het betreffende voortbrengsel en/of de betreffende werkwijze. Dit is vanzelfsprekend een stimulans die wordt gegeven aan uitvinders die bijdraagt aan de voortgang van technische ontwikkelingen. Immers zonder exclusieve rechten zal men niet bereid zijn om investeringen te doen in onderzoek. Anderzijds betekent de octrooiering dat een uitvoerige beschrijving van de inhoud van de uitvinding wordt gepubliceerd zodat concurrenten van elkaar (kunnen) weten "hoe ver men is". Hierop kan de "techniek" dus weer voortbouwen. De octrooiverlening kan zowel nationaal geschieden volgens de Rijksoctrooiwet 1995 (ROW), europees krachtens het Europees Octrooiverdrag (EOV) als ook internationaal via het Patent Cooperation Treaty (PCT).
Hoewel in beginsel de uitvinder rechthebbende wordt van het eventuele octrooi, kan deze regel worden doorbroken door bijvoorbeeld artikel 12 ROW. Dit artikel bepaalt dat de werkgever aanspraak heeft op octrooi als de werknemer zijn bijzondere kennis aanwendt tot het doen van uitvindingen van dezelfde soort als waarop het octrooi betrekking heeft. Ten aanzien van werknemers van universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen komt het octrooi altijd toe aan de betrokken universiteit, hogeschool of onderzoeksinstelling (artikel 12 lid 3 ROW). Betekent dit nu dat de werknemer altijd met lege handen achter blijft als via artikel 12 ROW zijn werkgever octrooirechthebbende wordt? Nee, dit hoeft niet aangezien artikel 12 lid 6 ROW bepaalt dat de werknemer recht heeft op een redelijke vergoeding als deze in zijn loon niet reeds voldoende beloond moet worden geacht (voor het gemis aan octrooi). De rechtspraak heeft echter inmiddels duidelijk gemaakt dat over het algemeen het loon wel een dergelijke vergoeding omvat en dat dit artikel dus een uitzonderingskarakter heeft.
Heeft u vragen naar aanleiding van het bovenstaande?
Park Legal is u graag van dienst.






